Plato

Plato was aanvankelijk een sportman, een veelbelovend dichter en een aristocraat met politieke aspiraties. Het verhaal wil dat hij al zijn poëzie verbrandde, nadat hij met Socrates in aanraking was gekomen: `[...] toen hij tijdens een concours op het punt stond met een tragedie naar de prijs te dingen, luisterde hij naar Socrates en wierp zijn gedichten in het vuur met de woorden: "God van het vuur, komt hierheen, nu heeft Plato u nodig.
Vanaf die tijd hij was toen twintig jaar werd hij een trouw toehoorder van Socrates.
Plato zou al eerder bij filosofen in de leer zijn geweest, onder anderen bij Cratylus (ca. eind vijfde eeuw v. Chr.), een leerling van Heraclitus. Wat de anekdote met nadruk zegt is dat Socrates een overweldigende indruk op de jonge Plato moet hebben gemaakt. Dit biografische feit is van belang voor het begrijpen van zijn filosofie. Het afzweren van de dichtkunst betekent ook de keuze voor een heel ander medium. Plato's afkeer van de poëzie, in heel zijn oeuvre telkens weer uitgesproken, is niet te beschouwen als een logisch consequentie uit een al gevormde filosofische positie, maar zij gaat daaraan vooraf. Plato was al filosoof, zoeker naar wijsheid, voordat hij een filosofie onder woorden had gebracht.
Zijn werk is dan ook te beschouwen als een lof der wijsbegeerte en een poging de filosofie een grotere invloed te geven in de samenleving. Om dat doel te bereiken ondernam Plato ook twee keer een reis naar Syracuse, in 367 en 361, om via zijn vriend Dion de tiran Dionysius II te winnen voor zijn opvattingen. Maar veel is van deze onderneming niet terechtgekomen. Partijtwisten en intriges dwongen hem, omdat zijn leven gevaar liep, terug te keren naar Athene.
Daar leidde Plato tot zijn dood de door hem omstreeks 387 gestichte Academie, een voorloper van de universiteit zoals die in de Middeleeuwen tot ontwikkeling kwam. Als school heeft de Academie meer dan negenhonderd jaar bestaan, langer dan enig ander vergelijkbaar instituut. Pas 529 na Christus werd ze gesloten door keizer Justinianus, die de erin doorgegeven klassieke traditie als een bedreiging voor het door hem beleden Christendom ervoer.