Plato
De mensopvatting van Plato vormt een geheel
met zijn opvatting van de inrichting van de wereld als geheel. De inrichting
van de wereld bij Plato gaat volgens een driedeling.
De eerste driedeling betreft de indeling van alle dingen die in de werkelijkheid
te vinden zijn. Alle dingen zijn in te delen in drie klassen: de levenloze
voorwerpen, de dieren en de mensen.
In afbeelding ziet het er zo uit:

De ogende indeling heeft betrekking op de delen van de ziel van de mens. De ziel valt uiteen in drie delen: de animale ziel, de middleste ziel, en de rede (het verstandelijke vermogen van de mens)
de animale ziel : het streven naar lichamelijk en economisch welzijn en seksuele bevrediging dat in de buik gesitueerd wordt
de middleste ziel: die streeft naar zelfhandhaving macht en eer en die in de borst gesitueerd is,
de rede: is hoogste zieledeel; de rede, logos, het streven naar kennis en dat in het hoofd gesitueerd wordt.

De mens vormt een samenleving en de samenleving is ook weer in drieen te verdelen:

Wat is nu het belang van deze illustratie? In de oudheid en in de middeleeuwen werd er als volgt geredeneerd:
in de beschrijving van de wereld zien we dat er drie maatschappelijke klassen zijn. Die klassen zouden er niet zijn als de indeling tegen de natuurlijke orde in zou gaan. Dus de indeling is overeenkomstig de natuurlijke orde. De natuurlijke orde is de beste die er voor de mens is. Dus het is goed dat de maatschappij ingedeeld is in drie klassen.
Op deze manier wordt door Plato in zijn boek 'De Staat' de feitelijke
indeling van de maatschappij als model voorgesteld voor een ideale samenleving.
We zien: de analyse van hoe de mens ís levert een aanwijzing hoe
het zou moeten.
Het universum is onveranderlijk. (Kijk maar de sterren. Zij vormen de
eeuwig onvernaderlijke elementen aan het heelal. Het hele universum is
onveranderlijk.)
Dat betekent dat de indeling van de werkelijkheid ook onveranderlijk is.
Maar dat betekent dat de zieledelen van demens onveranderlijk zijn en ten
slotte de indeling van de samenleving ook.
Met andere woorden: de onveranderlijkheid van het universum gaat over op alle delen ervan.
Gevolg voor de samenleving: de structuur van de samenleving staat vast.
Veranderingen kunnen/mogen/hoeven niet te worden nagestreefd.
Normen worden in dit geval uit de natuur afgeleid!