See File

De griekse periode wordt wel de klassieke periode genoemd. In deze periode staat filosofie voor (of: is filosofie synoniem met): wetenschap.

In de klassieke periode zijn de volgende namen van belang:

Men laat de filosofie meestal beginnen bij de griek Thales van Milete omstreeks 600 v. Chr. Thales was een wetenschapper, wiskundige, waarvan beweerd wordt dat hij een zonsverduistering voorspelde in het jaar: 585. Thales van Milete geldt als de eerste filosoof.

Ook 600 voor Christus bestonden er blijkbaar al vooroordelen tegenover de filosofie. Men vroeg zich klaarblijkelijk al af waar de filosofie nuttig voor was, want er is een bericht waarin verteld wordt dat Thales bij zijn observatie van de sterren eens zo ingespannen naar de hemel tuurde dat hij pardoes in een waterput viel.
Er was toen een vrouw in de buurt die opmerkte: 'hij doet zo veel moeite alle dingen van de hemel te leren kennen, maar van dat wat zich pal voor zijn voeten bevindt heeft hij geen notie.
Bij Thales van Milete werd de indruk wereldvreemdheid nog versterkt door de armoede waarin hij verkeerde.

Het meeste belang wordt echter gehecht aan de aan Thales toe geschreven uitspraak:

'Alles is water'

Nu zul je je afvragen waarom aan een dergelijke uitspraak zo veel belang gehecht wordt. Ten eerste is de uitspraak onwaar: het is niet zo dat alles uit water bestaat. Ten tweede is het een uitspraak van zo'n 2600 jaar geleden.

Het belang van de uitspraak is gelegen in het feit dat het hier voor het eerst gaat om wat wij een wetenschappelijke verklaring noemen.
De wetenschappelijke verklaring moet gezien worden tegen de achtergrond van de verklaringen die in die tijd de gangbare verklaringen waren: mythologische verklaringen.

Volgens Aristoteles begint filosofie met verwondering. Verwondering is het begin van een vraag: 'Waarom is iets zo?', 'Hoe zit dit of dat in elkaar?', enz.
Deze verwondering is hetgeen nu nog in het wetenschappelijk onderzoek terugkomtals de probleemstelling van een onderzoek.Dus het begin van ieder onderzoek, van ieder weten ligt in een vraag:

'Waarom is iets zo?'

De verklaring van Thales over het ontstaan van de dingen is een antwoord op de vraag naar een rationele verklaring voor het ontstaan van de wereld. (rationeel: met het verstand). Het kenmerkende van Thales' antwoord is dat alles betrokken wordt op één ver klaringsgrond: De laatste verklaringsgrond die de verklaring is voor alles.

Al het bestaande (op deze wereld) kan volgens deze gedachte verklaard worden uit één enkele theorie. Daarmee is deze wetenschap tevens de hoogste wetenschap. De laatste vraag is beantwoord, verder vragen is niet mogelijk.

Hierin schuilt het belang van Thales: het idee dat er een laatste antwoord mogelijk is vanuit de wetenschap. Met andere woorden dat de wetenschap al onze vragen kan beantwoorden.
Nog altijd, in de moderne tijd, is er de strijd of er een laatste verklaring is: één theorie die alles verklaart, of dat zo'n laatste verklaring niet mogelijk is.

In de klassieke periode was de filosofie synoniem met wetenschap. De filosofie bestreek ook gebieden die wij tegenwoordig niet meer tot de wetenschap rekenen: de vragen van het leven. Met de vragen van het leven bedoelen we vragen als: wie zijn we, Wat doen we op deze wereld? De vragen die wij de diepere vragen noemen.

  1. Wat kan ik weten?
  2. Wat moet ik doen?
  3. Wat mag ik hopen?

Vanaf de 16e eeuw toen de wetenschappen zich zelfstandig ontwikkelden, los van de filosofie, toen hebben de wetenschappen deze vragen niet overgenomen: de vragen naar het wezen van de mens en de zin van het bestaan. De reden hiervoor is dat er geen wetenschappelijk antwoord op deze vragen mogelijk is. Sterker: de wetenschap heeft het stellen van dergelijke vragen als zinloos afgedaan.
De vragen zijn bij de filosofie en bij de theologie blijven liggen.

In onze verwetenschappelijkte wereld geldt als algemene opvat ting dat de vragen naar het wezen van de mens en de zin van het bestaan nutteloze vragen zijn, omdat het vragen zijn die geen antwoord kennen.

See File