Terug

humanisme

Het humanisme betreft een emancipatie ten opzichte van het middeleeuwse wereldbeeld. Dit moet dan zo begrepen worden, dat het om een emancipatie ging ten opzichte van de onveranderlijkheid van het middeleeuwse wereldbeeld en de plaats daarin van de mens. De onveranderlijkheid had ook betrekking op de sociale orde. Daarin was de koning de vertegenwoordiger van God op aarde. (Nog steeds regeert de koningin in naam Gods). Wetenschappelijke ontdekkingen en ontdekkingsreizen lieten zien dat het middeleeuwse wereldbeeld niet klopte met de waarneming en daarop gebaseerde theorieën. (voorbeeld van het licht gebroken door een prisma). Dit was aanleiding voor een conflict tussen het geldende wereldbeeld, dat op autoriteit berustte en een nieuw wereldbeeld dat op waarneming en verstand berustte.

het humanistisch mensbeeld

De mens heeft alleen zijn natuurlijke vermogens. De belangrijkste vermogens zijn die van waarnemen en denken. Met name het vermogen te denken (de rede) maakt de mens zelfstandig, onafhankelijk en vrij. Er is geen god of gebod die hem de wet kan stellen.

De rede, het zelfbewustzijn, stelt de mens in staat te oordelen, te beslissen. Hieraan ontleent de mens zijn zelfstandigheid. Tegelijk ontleent de mens hieraan zijn specifieke waarde. Deze waarde is het die wij als persoon in anderen moeten waarderen. Hiermee komen we op het terrein van de ethiek. Het respecteren van de menselijke waardigheid is een plicht. Hierin is de morele bestemming van de mens gelegen.

Het humanisme gaat uit van één menselijke natuur; d.w.z. de mensen hebben in principe dezelfde menselijke vermogens: daarom zijn alle mensen gelijkwaardig. Hierin is het idee van de mensenrechten verankerd. Het idee van de mensenrechten is een combinatie van de zedelijkheid: de plicht de waardigheid van de mens in elke mens te erkennen en het recht, n.l. het recht deze erkenning van een ieder te kunnen eisen.

Het humanisme ziet alle mensen als gelijkwaardig, maar weet dat niet alle mensen gelijk zijn. Mensen hebben het vermogen van de redelijkheid, het zelfbewustzijn en de zelfstandigheid, maar dat wil niet zeggen dat deze vermogens bij alle mensen gelijk ontwikkeld zijn.

Hierin is de zingeving van het humanistisch mensbeeld gelegen: het is gelegen in de eis die vanuit het humanisme gesteld wordt: de natuurlijke vermogens tot ontwikkeling te brengen. Tegelijk zien we dat hiermee het humanisme een antwoord geeft op de vraag naar de zin van het bestaan: deze zin is gelegen in de morele bestemming van de mens: de natuurlijke vermogens optimaal tot ontwikkeling te brengen.

Het humanisme zelf is geen politiek stelsel. Het zijn uitgangspunten die, wanneer ze overgenomen worden, leiden tot een andere manier van politiek bedrijven.

Terug